De man die zag
Ik zit in de trein, en reis van Haarlem naar Den Bosch.
En besef me dat in deze kritieke fase van mijn leven
Het Lijden op hoger niveau is geworden
Dat we vroeg of laat allemaal zullen ervaren
Als we er niet met een ongeluk, bom aan slag ,of geweer schot aan zullen gaan.
Ik reis weer terug naar het hol van de leeuw, naar huis.
Ik zit in de coupe, en bij station Utrecht stapt een oude markante man in de trein.
Omdat de man een zit plaats nodig heeft.
Maak ik plaats voor hem, en haal mijn tas van de zit plaats tegen over me
De man neemt plaats en kijkt eens om zich heen. Waar generaties bedolven zijn geraakt,
Onder het digitale netwerk van I pad en mobiele telefoons.
Hij zet zijn beide handen op zijn wandel stok, en begint tegen het meisje naast hem
Te praten. Ze kijkt een beetje geschrokken om iets van haar reis rust te verliezen
En wenkt de man af door vriendelijk en begrijpend met haar hooft te knikken.
De man kijkt me aan. En probeert contact te zoeken. Maar zonder het grootste aandeel te hebben
In deze commerciële cohesie ben ook ik, een over zijn toer gedraaide rand debiel,
Die zich liever terug trekt in zijn eigen hoofd dan deze oude man, aandacht te geven.
Dus haal ik beleefd de koptelefoon van mijn discman een stukje van mijn hoofd.
In de hoop snel weer van de man af te zijn. Hij mompelt wat, en ik zeg eens ja en ok,
En zet Bon Jovi weer terug op mijn hoofd. En Death or a live vervuld mijn gehoor gangen.
Even later wijst de man met zijn stok Zij waart achter me. ik haal mijn kop telefoon nogmaals
Uit beleefdheid van mijn oren, en draai mijn hoofd in de richting die hij me wijst.
Ik zou zon ding niet aanraken mompelt hij, en hij doelt op de smerige telefoons
Die op een gewone dag als dit. weer op massaal niveau de mensheid aan het op slurpen is.
Ze zitten vol met bacteriën, je moet eens weten hoeveel vieze rikken hun handen niet wassen.
Dan moet we ze eigenlijk een nieuw hip reiniging potje met een leuk gekleurd doekje verkopen
Zet er een merk op en ze zullen het kopen. Wie weet lopen we dan samen binnen,
De trein gaat voort en men appt scrolt en met de telefoon in hun oren razen de persoonlijke
Gesprekjes voort. Als we uit gepraat zijn zet ik de kop telefoon van mijn bejaarde discman weer op
En de man staart steunend op zijn wandelstok ,door het raam , naar de door de jaren heen
Veranderende landschappen, als de rimpels op zijn gezicht, een boek met verhalen, weer geven.
Al we in de buurt van station ’s-Hertogenbosch komen heft hij zich langzaam om hoog. om voor dat hij de trein verlaat, een van zijn verhalen prijs te geven. Van af 1 jullie 1942 tot en met 12 april 1945
Zijn er in Westerbork 102.000 mensen afgevoerd richting vernietiging kampen
En de treinen kwamen altijd op tijd. dat is triest ja, antwoord een mannelijke mede passagier
die zijn koptelefoon van een oor haalt.
De man loopt met zijn trotse gestalte als eerste naar de deur van de trein coupe.
Waar als hij uitstapt, beveiliging personeel in uniform en met plastic handschoentjes
Klaar staat om een ongeschikt persoon voor de mensheid
Uit de trein te halen,
